vrijdag 17 mei 2013

Vol plannen

Naar Gent moest ik. Werkgewijs voor een vergadering. 's Avonds ging ik voor mijn eigen lol met een vriendin iets gaan eten. En zo had ik na de vergadering vier lege uren, voor ik  mijn benen onder een restauranttafeltje kon steken.
Vier uren om iets te doen, want niets is ook zo raar. Maar ik ben dat dus niet meer gewoon. Gewoon rondhangen, mijn neus achterna lopen.
De controlefreak in mij had al wat adressen in haar agenda genoteerd. Was dit niet het moment om nog eens een museum binnen te stappen? Of in de winkels te gaan snuisteren?
Mijn neef, die een kop koffie en een babbel in de aanbieding had, stuurde me een andere weg op. Hier gewoon rechtdoor wandelen, dan vul je je uren wel.
Ik volgde de tramlijn en zocht naar het Gent uit mijn studententijd. In hoekjes en kantjes zat ze nog, maar ik moest al heel goed speuren. Ze zag er goed uit, mijn studentenstad. Beter dan ik me herinnerde: fris, jong en levendig.

De tramlijn voerde me naar een boekenwinkel op de Kouter. In mijn hoofd zeurde een stemmetje over dat museum en de winkels. 'Heel eventjes' fluisterde ik en ik glipte door de deur. Ik ademde de geur van papier in en liet mijn vingers langs de boekenruggen glijden . Ik trakteerde mezelf op een stapeltje én op een koffie in de winkel vooraan. Buiten regende het. 'Nog heel even', legde ik het stemmetje in mijn hoofd het zwijgen op en ik sloeg één van mijn aanwinsten open. Toen ik even later opkeek, was het tijd voor dat restauranttafeltje...


dinsdag 14 mei 2013

Klein geluk

Wakker worden met een fijn liedje in je hoofd. De melodie op repeat. Ook wanneer ik twee ochtendhumeurige ukken uit bed pluk, boterhammen smeer, koffie zet en ondertussen twee pyjama's voor schoolkleren probeer in te wisselen. Tussen hun drukke verhalen door blijft het liedje in mijn achterhoofd hummen. Ik betrap mezelf op een klein dansje als ik mijn tanden poets.
Ik stop even om drie paar zoenen uit te delen voor ik in mijn jas schiet en als eerste de deur achter me dichttrek. Wanneer ik in de auto stap en de radio aanklikt, klinkt mijn liedje.
De eerste glimlach voor vandaag is binnen .

maandag 13 mei 2013

Stamceldonor

Al een hele tijd lees ik stilletjes daar. Zijn woorden slaan soms kleine barsten in mijn hart. Zijn oproep kwam even duidelijk binnen en porde een vervelend stemmetje in me wakker. Want mailsgewijs was ik al een jaar lang  aangemeld als stamceldonor. Maar op de één of andere manier raakte ik er niet om een staal bloed te laten afnemen.  
Deze week was ik te vroeg voor mijn trein. Uit mijn ooghoek zag ik het logo van het Rode Kruis en voor ik het goed en wel besefte was ik 180° gedraaid, het Bloedtransfusiecentrum binnengewandeld en zat ik op een stoel voor een dokter.
Een gesprekje, een prik en vier danku's later stond ik op het perron. Mijn arm strak ingezwachteld.
Voorlopig heb ik gedaan wat ik kan.
En hopelijk kan ik ooit nog iets meer doen.

maandag 6 mei 2013

Communie


De dag begon zaterdag vroeg en impliceerde dingen zoals een stoel bovenop een tafel zetten om toch maar een vlaggenlijn te kunnen hangen. Het was zo'n dag waarop vrienden toezeggen om op een ontiegelijk vroeg uur uit hun bed te rollen en mee te komen helpen (al was het maar om de stoel bovenop de tafel vast te houden). Het was ook een dag die al maanden in ons hoofd zat. Hoe dichter ie kwam, hoe meer ie zijn plaats opeiste in de lijst van prioriteiten.
De vlaggenlijn was het keerpunt voor mij. Als die er hing, betekende dat dat al voorbereidingen getroffen waren en de dag echt kon beginnen. En dan hijs je je oudste in zijn feestkleren en spring je zelf in een nieuwe jurk en voel je lichter dan je je in maanden gevoeld hebt.


Het is niet mijn gewoonte, maar met deze foto wou ik toch even pronken.
KleineVent, die nu toch echt een andere blognaam verdient, in vol ornaat. 
 
Foto door An Nelissen

dinsdag 30 april 2013

Wat echt helpt

Op enkele vaste momenten per dag lijkt hij maar één ding te willen: het bloed vanonder mijn nagels.
Het kost veel vastberadenheid van beide kanten.
Van mij kant om te willen dat hij zijn kleren aandoet.
Van zijn kant om dat zo lang mogelijk uit te stellen.
Van mij om te willen dat hij zijn bed op zoekt en zijn ogen sluit.
Van zijn kant om te vinden dat dat ook best beneden kan op de zetel.

De helft van de keren vraagt hij meer geduld dan ik tot mijn beschikking heb. En dat Lief dat dan 'rustig' in mijn oor fluistert, helpt niet altijd.
We botsen nog altijd. Mijn vader beweert dat het niets persoonlijk is. Dat bij het pakket 'zes jaar' hoort en hangt er voor de lol een anekdote aan vast hoe gruwelijk onuitstaanbaar ik was op die leeftijd.  Ik vermoed eerder dat het een all-in is bij het pakket 'KleineVent' en zoek mijn heil bij de gedachte dat het later een schone deugd is om op te komen voor je gedacht.

Ik tel veel tot tien de laatste weken. Stil en tussen mijn tanden. Het haalt er voor ons beiden de scherpe randen van af. Ik ben soms onverklaarbaar doof als hij woorden in mijn richting slingert die ik echt niet wil horen.
Maar wat echt helpt?
Nog eens in die ogen kijken.
Relativeringsvermogen voor tien krijg ik ervan.