donderdag 6 april 2017

(mini) fuif


Ik kruip achter het stuur en ik voel twee paar ogen in mijn nek priemen.
'Mijn beurt', stelt de oudste.
De jongste knikt, zij liet de vorige rit 'Shape of you' zo vaak door de boxen knallen dat we de tel kwijtraakten.
Ik geef mijn telefoon door over mijn schouder, zet de radio aan en in geen tijd beukt er iets van Dimitri Vegas and Like Mike door de auto.
Minifuif! brullen de twee headbangende passagiers op de achterbank.

Heel even ben ik zelf weer 9. De beige bekleding van de achterbank van onze Nissan Sunny schuurt tegen mijn benen. Het nieuws was voorgelezen en na honderd 'alsjebliefts' en 'eentje maars'  mocht onze cassette het even overnemen van de Travelling Willburys.
Al lichtelijk groen bij het vooruitzicht verwisselde mijn vader de cassettes.
'Op een onbewoo-hoond eeeeih-land' brulden mijn broer en ik luidkeels en we feesten 3 minuten en 6 seconden alsof het 1999 was.
Weer één grijze haar rijker klikte mijn vader het Kinderen voor Kinderenkoor weg.

'Merci technologie', denk ik en vraag mijn oudste om Galway Girl nog eens op te leggen.

woensdag 29 maart 2017

Kwijt

Deze middag keerde ik drie manden met verkleedkleren, een bak vol mutsen en sjaals, drie kleerkasten en een volledige badkamer om.
De jongste zocht een haarband. Niet zomaar een haarband, maar een specifieke. 'Die groene die ik deze zomer kreeg op reis.'
Ik had mijn koffie verder kunnen opdrinken en zeggen 'als je het niet vindt, moet je nog beter zoeken.' Maar meer dan 10 jaar later heb ik het nog steeds niet geleerd om iets kwijt te zijn.

Verstoppertje 
Ik loer onder het bed, trek de kasten open, onderzoek de zolder, kijk nog eens onder bed, maar ik vind het niet en dat knaagt aan me. Het gevoel iets kwijt te zijn. Niet echt kwijt, maar verloren. Het zwerft ergens rond in huis, zonder dat ik weet waar. Ik ben een pull en een schoudertas kwijt. Verloren. Ik heb ze niet nodig. Het is te warm voor een pull en ik heb nog een lade vol tassen en rugzakken. Maar ik wil ze terug. Ik wil weten waar ze zich verstoppen. In gedachten zie ik ze achter deuren wegsluipen, vlug van kamer veranderen als ik even de trap oploop. Voorzichtig in de lade springen die ik juist gecontroleerd heb. Ik zie ze de handen in elkaar slaan. Of beter een high five met mouw en draagriem. Ze grinniken als ik voorbij stuif, koortsachtig nadenkend waar ik nog zou kunnen zoeken. Het is bijna 8 uur en ik moet naar mijn werk vertrekken. “Oké, ik geef het op!”, grom ik. Ik trek de lade open om mijn sleutels te pakken en sla de deur achter me toe. Wedden dat ze nu uit hun schuilplaats te voorschijn komen, zich languit op het bed laten vallen en genieten van hun overwinning?


donderdag 9 maart 2017

De foto die ik niet maakte #14

De zon poetst de lucht blauw tijdens één van die zeldzame lenteprikken in de staart van de winter. Het grijze geplens van regen ruimt voor heel even - een uur als we geluk hebben - plaats voor af en toe een aarzelende zonnestraal op je rug.
Ik fiets langs de Brugse Vesten. Het prille gras lijkt door een batterij instagramfilters gehaald te zijn. De levendige kleuren knallen me tegemoet terwijl ik rond de plassen slalom.

Daar waar een troep krokussen, sneeuwklokjes en narcissen collectief en kleurrijk hun kop opstaken, staat ook hij. Niet meer in de lente van zijn leven. (Eerder tegen het einde van een lange herfst.)
Tussen duim en wijsvinger houdt hij een klein bosje. Vier narcissen en een sneeuwklokje.
Het bosje lente kan niet wedijveren met de blik op zijn gezicht.
Een grijns zo breed als een driejarige die een extra snoepje kreeg.